IJspret

Schaatspret in Garnwerd op zondag 11 januari 2026

Na de ijsmetingen van zaterdag hadden we dit niet verwacht. In de nacht van zaterdag op zondag heeft het echter goed gevroren.

Rond 09.30 uur werd de ijsvloer nog een keer gemeten. Aan de westkant van de baan viel de dikte tegen, rond de 3,5 cm. Maar een paar meter verder bleek het ijs tussen de 8 en 10 cm dik te zijn. Na enig overleg werd besloten om de baan om 12.00 uur open te doen. Voor jong en oud. Waar het ijs niet betrouwbaar was werd e.e.a. afgezet en om 12.00 uur waren de eerste “wintersporters” aanwezig. Uit de wijde omtrek kwamen schaatsliefhebbers naar Garnwerd.

Er zijn een paar pogingen gedaan om eens te tellen hoeveel mensen er op de baan waren. We kwamen op zo’n 80 maar het getal 100 werd ook genoemd. In het ijsbaangebouw was er koffie, thee, chocolademelk (met slagroom), kwast en koek te koop. Ook ’s avonds kon er nog geschaatst worden. Rond half tien was het tijd om op te ruimen en de baan te sluiten.

Dank aan alle vrijwilligers die mee hebben geholpen.

Eén reactie

  1. De Nachten van de Schuivende Stenen

    Er wordt in Garnwerd al eeuwen zachtjes gesproken over nachten waarin het ijs zich anders gedraagt dan gebruikelijk. Het zijn nachten waarin het dorp slaapt zoals alleen een dorp kan slapen: diep, collectief en zonder tegenvragen. Zelfs de kerkklok houdt zich in, alsof zij weet dat tellen nu ongepast is.

    Tot op de dag van vandaag wordt in Garnwerd gezegd: als het ’s nachts hard vriest en het ijs zacht klinkt, dan spelen ze weer. Of het ooit gebeurd is, weet niemand zeker. Maar het vindt wel degelijk plaats.

    Buiten het zicht van mens en maan, niet luidruchtig, niet aangekondigd, maar alsof zij er altijd zijn wanneer er een ijsvloer ligt, verzamelen zich De Glijdende Rietkragen uit het dorp voor een curlingwedstrijd. Hun tegenstanders, De Rechtlijnige Afwijkings uit Ezinge, komen niet zozeer aan als wel dat zij opeens aanwezig zijn.
    Het ijs is gladder dan herinneringen en donkerder dan reglementen. De wedstrijdstenen glijden niet, maar besluiten te gaan. Men vermoedt dat zij recht blijven, terwijl ze waarschijnlijk afwijken.
    Er wordt geveegd zonder aanraking, gestuurd zonder bevel en gescoord zonder telling. De ends volgen elkaar niet op, maar cirkelen, zodat niemand met zekerheid kan zeggen welk moment eerder was. De scheidsrechter — mogelijk het ijs zelf — fluit niet, maar kijkt streng genoeg om de tijd vooruit te laten gaan.
    Op een zeker ogenblik, rond een uur dat geen naam draagt, staat het spel dan stil. Niet omdat het klaar is, maar omdat het volledig is. De stenen liggen waar zij liggen en dat is voldoende.
    Bij het ochtendgloren vinden de eerste wakkeren sporen op het ijs die niet zijn ontstaan, maar zijn achtergebleven. Veegstrepen die nergens beginnen. Een steen die warmer is dan de rest. Iemand meent een uitslag te kennen, maar kan zich niet herinneren waarvan.
    Afgelopen zaterdag op zondag had het zo’n nacht kunnen zijn. Of was het?

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.